Sorteerspellen
Een leuke manier om leerlingen te trainen in het herkennen, verbinden, rangschikken en onderscheiden van stof. Download hieronder de sorteerspellen die ik regelmatig uit de kast haal. De mogelijkheden van deze werkvorm zijn werkelijk eindeloos.
Zo werkt het
Ik zoek een thema, of hoofdstuk uit dat uit stof bestaat die op een of andere manier met elkaar verbonden is, waar overeenkomsten in zitten, of waar leerlingen juist (subtiele) verschillen moeten kennen. Vervolgens maak ik twee bestanden: een speelbord en een set kaartjes. De leerlingen werken tijdens deze werkvorm in duo's of drietallen samen om de kaartjes op de juiste plaats van het speelbord te leggen. Vooral belangrijk is dat leerlingen tijdens deze werkvorm met elkaar in discussie kunnen gaan, de onderbouwing van waarom een kaartje op een bepaalde plek moet liggen is belangrijk en stimuleert leerlingen om zorgvuldig na te denken over de stof.
De meeste van mijn sorteerspellen worden in twee rondes gespeeld, waarbij de kaartjes per ronde in enveloppen zitten. Eerst krijgt een groepje envelop 1, daarna envelop 2. Wees niet te enthousiast met helpen, vooral in het begin. Leerlingen weten vaak meer dan ze zelf zouden zeggen en de discussie heeft even tijd nodig. Als ik aan helpen toe kom, is het meestal in de vorm van: "Van deze en deze kaartjes liggen er nog 2 niet goed.", zo prikkel je de leerlingen om nog eens goed te filteren.
Benodigdheden
- Een speelbord maak je vrij eenvoudig door in PowerPoint je diagrootte in te stellen op A3 en vervolgens met lijnen en tekstvakjes het bord op te delen in de gewenste stukken. Wees hierin creatief! Bij de onderstaande voorbeelden zijn ook bestanden met speelborden en kaartjes te downloaden.
- De kaartjes kun je vaak als tweede dia in hetzelfde bestand maken door via Invoegen > Vormen een vorm naar wens te maken en hierin de begrippen te typen die je wil gebruiken.
- Lamineer de speelborden en kaartjes zodat je dit materiaal kunt hergebruiken. Bewaar de kaartjes in genummerde enveloppen zodat je het overzicht bewaart, vooral als spellen uit meerdere rondes bestaan.
Let wel op: sla je PowerPoint op als PDF en print hem enkelzijdig, anders komen de kaartjes op de achterkant van je speelbord en daar heb je niks aan.
Leerdoelen
Na deze werkvorm:
- kan de leerling verschillen tussen aan elkaar verwante begrippen en concepten herkennen en noemen;
- kan de leerling de betekenis van verschillende begrippen uitleggen;
- kan de leerling fouten in de uitleg of omschrijving van een begrip herkennen en corrigeren.
Voorbereiding
Mijn ervaring is dat het printen, lamineren en snijden / knippen van de kaartjes al gauw ruim een uur in beslag kan nemen. Informeer vooral ook bij de repro op je school of zij het print- en lamineerwerk voor je willen doen.
Heb je de speelborden en kaartjes eenmaal geprint, gelamineerd en geknipt? Bewaar ze dan goed, zodat je er de volgende keer weer gebruik van kunt maken zonder extra voorbereidingstijd.
Voorbeelden
Zoals je ziet heb ik hier vrijwel alleen nog voorbeelden van bedrijfseconomie en nog niet veel van algemene economie.
Heb je een suggestie voor algemene economie? Stuur me dan even een mailtje, dan knutsel ik 'm in elkaar en plaats ik hem op deze pagina.
Hoe en wat
- Vanaf klas 4 ná les(sen) over de vraag- en aanbodlijnen
- 15 - 20 minuten werktijd
- 5 - 10 minuten nabespreking
Omschrijving
Het speelbord is opgebouwd uit vier vakken, twee vakken voor verschuivingen langs de lijn (bovenzijde) en twee voor verschuivingen van de lijn (onderzijde). De 20 kaartjes zijn bedoeld om leerlingen in tweetallen te laten nadenken over wanneer er in een marktmodel sprake is van verschuivingen van of langs welke lijn: vraag of aanbod.
Werkwijze - Situaties
Tijdens het spelen van dit sorteerspel leggen de leerlingen de 20 kaartjes met marktsituaties op de juiste grafiek. Ze moeten hierbij nadenken over drie variabelen: heeft de situatie te maken met de vraaglijn, of de aanbodlijn? En ontstaat er hierdoor een verschuiving van of langs de lijn? En zorgt de verschuiving voor meer of minder vraag of aanbod?
Klaar? Onderbouwen maar!
Als de leerlingen klaar zijn, steken ze hun vinger omhoog. Ze moeten nu aan jou de plaatsing van elk kaartje onderbouwen, vraag hierbij expliciet of het een verschuiving naar links of rechts betreft. Laat leerlingen ook nadenken over de verbanden tussen verschillende gegeven situaties, de verschuiving ván de ene lijn gaat namelijk gepaard met een verschuiving lángs de andere lijn.
Bekijk ook:
Hoe en wat
- Ronde 1: Vanaf klas 4 als verwerking van een les over de 4 P's (evt. met theorieboek erbij)
- 10 - 15 minuten werktijd
- 5 - 10 minuten nabespreking
- Ronde 2: Vanaf klas 4 als voorbereiding op een toets over de 4 P's, of In het examenjaar als onderdeel van de examentraining.
- 15 - 20 minuten werktijd
- 5 - 10 minuten nabespreking
Omschrijving
Het speelbord is opgebouwd uit vier vlakken, één vak voor Product, Prijs, Plaats en Promotie. De kaartjes zijn verdeeld in twee soorten (steekwoorden en situaties), waardoor dit spel in twee rondes wordt gespeeld:
Ronde 1 - Steekwoorden
Tijdens deze ronde leggen de leerlingen alle kaartjes met steekwoorden bij de juiste P. Op de foto zie je het kaartje met "Verpakking" liggen, die hoort bij de P van Product. Liggen alle 38 kaartjes op de juiste plek? Dan mogen ze terug in de envelop en is het groepje klaar voor ronde 2.
Ronde 2 - Situaties
Tijdens deze ronde lezen de leerlingen een aantal situaties (20 in totaal) en plaatsen die ook bij de juiste P van de marketingmix. De situaties zijn zo veel mogelijk gebaseerd op situaties uit oude examens, waarna de leerling ook werd gevraagd om het marketinginstrument te noemen dat hier het best bij past. Oefenen op niveau dus.
Hoe en wat
- Vanaf klas 4 ná een eerste uitleg over rechtsvormen.
- 20 - 30 minuten werktijd (+10 minuten bij een 4e klas)
- 5 - 10 minuten nabespreking
Omschrijving
De stof over rechtsvormen komt op vrijwel elk examen, vaak voor één of twee punten, voor. Deze stof wordt vaak gecombineerd met andere zaken uit domein B, zoals samenwonen, scheiden, schenken of erven. Mijn leerlingen vinden dat rechtsvormenhoofdstuk maar droog en saai. Snap ik wel, zo'n lange lijst met feitelijke kennis waarbinnen het moeilijk is om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Met deze werkvorm laat ik mijn klas vanuit hun boek en vooral in samenwerking een A3-tabel invullen (1 per persoon). Als ze de tabel goed invullen, hebben ze het hoofdstuk een keer grondig doorgenomen en is het resultaat een gestructureerd overzicht van de te leren stof. Extra handig aan deze werkvorm is dat het bewust opzoeken van informatie uit het boek bijdraagt aan de vaardigheid die ze tijdens het examen nodig hebben om goed met de bronnenboekjes om te gaan. Win-win dus!
Hebben je leerlingen de tabel netjes ingevuld? Dan kun je hem daarna nakijken en nabespreken. De les hierna kun je het sorteerspel spelen.
Nieuwe versie!
Combineer deze werkvorm met de rechtsvormentabel en bijpassende poster en maak deze stof voor je leerlingen een stuk minder droog!
Hoe en wat
- Ronde 1: Vanaf klas 4 als verwerking van een les over rechtsvormen
- 5 - 10 minuten werktijd
- 5 minuten nabespreking
- Deze ronde kan makkelijk ná je eerste uitleg over deze stof, of de les vóór je de grote Rechtsvormentabel (zie hierboven) gaat invullen.
- Ronde 2: Vanaf klas 4 als voorbereiding op een toets over rechtsvormen, of In het examenjaar als onderdeel van de examentraining.
- 10 - 15 minuten werktijd
- 5 - 10 minuten nabespreking
Omschrijving
Het speelbord is opgebouwd uit zes vlakken, één vak voor elke rechtsvorm die de leerling volgens de syllabus moet kennen. De kaartjes zijn verdeeld in twee soorten (kenmerken en situaties), waardoor dit spel in twee rondes wordt gespeeld:
Ronde 1 - Kenmerken
Tijdens deze ronde leggen de leerlingen alle kaartjes met kenmerken bij de juiste rechtsvorm. Op de foto zie je de kenmerken in vier kleuren: Geen rechtspersoon, Rechtspersoon, Commercieel en Niet-commercieel. Van elk kenmerk zijn zes kaartjes beschikbaar, de leerling kan dus aan het aantal kaartjes per kenmerk niet zien voor hoeveel rechtsvormen het geldt. Liggen alle kenmerken op de juiste plek? Dan mogen ze terug in de envelop en is het groepje klaar voor ronde 2.
Ronde 2 - Situaties
Tijdens deze ronde lezen de leerlingen een aantal situaties (16 in totaal) en plaatsen die ook bij de juiste rechtsvorm. De situaties zijn zo veel mogelijk gebaseerd op situaties uit oude examens, waarbij de leerling ook werd gevraagd om de bijbehorende rechtsvorm te noemen. Wederom, oefenen op niveau.
Kostensoorten
Wist je dat ik hierover een lessenserie op YouTube heb? Die begint met deze stof en loopt door tot en met de break-evenanalyse.
Hoe en wat
- Ronde 1: Vanaf klas 5 als verwerking van een les over kosten. Handig als de leerlingen al enige voorkennis hebben (kosten kunnen definiëren en herkennen)
- Tip: Gebruik mijn video over kostensoorten voor een beknopte uitleg van de benodigde theorie.
- 10 - 15 minuten werktijd
- 5 minuten nabespreking
- Ronde 2: Vanaf klas 5, direct ná de nabespreking van Ronde 1.
- 5 - 10 minuten werktijd
- 5 minuten nabespreking
Dit hele spel past bij mij in één lesuur, waarbij ik voorafgaand aan de start kort uitleg over de definities van variabele en constante kosten (ca. 5 min).
Omschrijving
Het speelbord heeft een voorkant voor ronde 1 en een achterkant voor ronde 2. Ronde 1 wordt met alle 27 kaartjes gespeeld, waarvan er 12 overblijven voor ronde 2.
Ronde 1 - Wel of geen kosten?
Tijdens deze ronde leggen de leerlingen alle kaartjes met financiële termen op de juiste plek van het speelbord: Wel kosten of Geen kosten. Het gaat er hier om dat leerlingen het onderscheid tussen beide onder woorden kunnen brengen, wat behoorlijk abstract kan zijn. Als dit ze is gelukt, liggen er 12 kaartjes bij Wel kosten en de overige 15 bij Geen kosten. Ik raad aan ronde 1 klassikaal af te ronden en zo nodig toelichting te geven op zaken die bij leerlingen voor verwarring hebben gezorgd (zoals aflossing aan de Geen kosten kant).
Ronde 2 - Variabele of constante kosten?
Als iedereen de 15 Geen kosten kaartjes terug in de envelop heeft gedaan, kan met de 12 overgebleven kaartjes ronde 2 beginnen. Leerlingen onderscheiden nu variabele en constante kosten van elkaar, waarbij ze ook weer goed over de definitie moeten nadenken: wel of niet afzetafhankelijk. Het kaartje Personeelskosten is discutabel, leuk!
Hoe en wat
- Ronde 1: Vanaf klas 5 als verwerking van een les over kosten, uitgaven, accrual accounting.
- 10 - 15 minuten werktijd
- 5 minuten nabespreking
- Ronde 2: Vanaf klas 5 als verwerking van een les over opbrengsten, ontvangsten, accrual accounting.
- 10 - 15 minuten werktijd
- 5 minuten nabespreking
Omschrijving
Het speelbord heeft een voorkant voor ronde 1 en een achterkant voor ronde 2. Beide rondes worden met andere kaartjes gespeeld.
Tip: Print dit speelbord dubbelzijdig!
Ronde 1 - Kosten, uitgaven, allebei?
Tijdens deze ronde leggen de leerlingen alle kaartjes met financiële termen op de juiste plek van het speelbord: Kosten, Uitgaven of Kosten & uitgaven. Ook tussen deze concepten kan het onderscheid abstract zijn. Wat deze opdracht uitdagend maakt is dat de plaatsing van kaartjes soms discutabel is. Vraag leerlingen dus vooral om hun argument als ze een kaartje ergens hebben neergelegd.
Ronde 2 - Opbrengsten, ontvangsten, beide?
In deze ronde spelen de leerlingen in principe hetzelfde spel als bij ronde 1, maar dan met andere kaartjes. De uitvoering blijft gelijk, maar om leerlingen niet te overladen adviseer ik om ronde 1 en ronde 2 niet tijdens dezelfde les te spelen.
Hoe en wat
- Moment 1: Vanaf klas 4 als verwerking van lessen over het financieel plan (onderdeel van het ondernemingsplan)
- 20 - 25 minuten werktijd
- 5 - 10 minuten nabespreking
- Moment 2: Deze stof heeft écht herhaling nodig. Doe dit vooral in het examenjaar nogmaals als onderdeel van de examentraining.
- 15 - 20 minuten werktijd
- 5 - 10 minuten nabespreking
Omschrijving
Dit spel heeft drie speelborden, maar wordt in één ronde gespeeld. De drie speelborden zijn de Balans, Resultatenrekening en Liquiditeitsrekening.
Werkwijze - Balans of hulprekening?
Tijdens deze ronde schrijven de leerlingen eerst met een whiteboard marker de juiste woorden bovenaan de drie financiële overzichten. Op de balans schrijven zij Debet en Credit (of Activa en Passiva), op de LR schrijven ze Ontvangsten en Uitgaven en op de RR komen Kosten en Opbrengsten. Daarna openen zij de envelop met kaartjes en leggen zij die op de juiste zijde van het juiste financiële overzicht. In dit spel is de plaatsing van kaartjes maar weinig discutabel (sommige kosten kunnen ook uitgaven zijn, natuurlijk) maar dat betekent natuurlijk niet dat leerlingen niet uitgebreid de discussie aangaan. Hierbij is het vooral van belang dat je de leerlingen helpt voelen wat de verschillen zijn, hier is ruimte voor begrippen als voorraadgrootheden en stroomgrootheden.